Geschiedenis

De Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen

Het begon in 1784 in Edam, waar vader Jan en zoon Martinus Nieuwenhuyzen een vereniging oprichtten met als doel: onderwijs voor brede lagen van de bevolking. Het was de tijd van de Verlichting. Er kwamen ideeën op over kritisch burgerschap, ideeën die de aanzet gaven tot wat uiteindelijk de moderne democratie zou worden.

Dat ging met horten en stoten. Ook voor ’t Nut.

In het laatste kwart van de 18e eeuw was het Verlichtingsdenken nog lang geen gemeengoed. Ook de politiek was er nog helemaal niet aan toe.

Twee stromingen bepaalden in die jaren het maatschappelijke klimaat in onze streken.

Aan de ene kant was er de Stadhouder, de Prins van Oranje en leidende figuren in zijn omgeving. Die mensen stonden aan de top en wilden alles bij het oude laten. Maar ook heel veel gewone mensen liepen achter de Prinsgezinden aan. De gewone man kende zijn plaats. Hij kon trouwens ook vaak niet anders of hij durfde gewoonweg niet. Hij was volledig afhankelijk, in alle opzichten. Economische of geestelijke vrijheid was er niet. De grote meerderheid van de bevolking zocht veiligheid in de gevestigde orde, het Prinsgezinde kamp.

In het andere kamp zaten doorgaans goed opgeleide sympathisanten van de Verlichting. Deze nieuwlichters wilden zieltjes winnen, ook en vooral die van de gewone man. Je kunt je dus voorstellen hoeveel overredingskracht daarvoor nodig geweest is. Onder deze nieuwlichters waren gematigden, die zich verenigden in particuliere clubs zoals ’t Nut. De meer politiek bewogen nieuwlichters wilden een radicale aanpak; zij noemden zich Staatsgezinden of Patriotten.

We moeten ons trouwens – dit even terzijde – goed realiseren, dat het niet alléén idealisme was wat die mensen dreef. Ons land had net (1783) een zeeoorlog met Engeland achter de rug, die rampzalig afliep voor onze handel. Ook dàt was een reden voor de Patriotten om zich af te keren van de Prins en zijn entourage. Die hadden namelijk nagelaten de vloot te versterken toen het nog kon.

De Prinsgezinden en de Patriotten stookten hun aanhangers op met pamfletten, die in een voor die tijd razendsnel tempo werden verspreid.

Gematigde geluiden werden overstemd. De vraag was: zijt gij voor of tegen den Prins?

Je had te kiezen tussen ja of nee. Ruimte voor een tussenweg was er niet.

Zo verging het ook ’t Nut. Dat was een gezelschap van gematigde, vooraanstaande en weldenkende lieden, die via breed onderwijs een vrij en kritisch burgerschap wilden stimuleren. Enkel om die reden kregen ze van de Prinsgezinden het stempel opgedrukt van radicale Patriotten. Ten onrechte, want die Nutslieden waren geen straatvechters. Ze hadden best wel kennissen onder de Patriotten, maar ze wilden zelf onafhankelijk blijven en drukten elkaar op het hart om vooral geen partij te kiezen.

Het ging echter hard tegen hard in die tijd.

In Edam kunnen wij trots zijn op onze stad als bakermat van ’t Nut.

En inderdaad, in 1784 werd het bestuur van ‘t Nut nog met alle égards ontvangen door het stadsbestuur. Maar die euforie was van korte duur. Slechts een paar maanden later werd ‘t Nut de dupe van ruwe achterklap van de nog steeds Prinsgezinde meerderheid in Edam.

Als gezegd: ‘t Nut had helemaal niets te maken met de politieke Patriotten, maar in de roerige tijden van toen kregen gematigden geen lucht. Het stadsbestuur bezweek onder de druk van de Prinsgezinden. Met als gevolg dat Martinus Nieuwenhuyzen de stad uitvluchtte, om daar nooit meer terug te keren.

Natuurlijk heeft ‘t Nut later, in rustiger vaarwater, ook in Edam goede werken kunnen doen: de Nutsschool, de Nutsspaarbank, de Nutsbibliotheek. Maar het hoofdbestuur van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen kwam pas twee eeuwen later terug naar Edam. Als departement had ‘t Nut in Edam in die twee eeuwen ups en downs meegemaakt. In 1984, toen de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen haar 200-jarig bestaan vierde, was ‘t Nut Edam een slapend clubje. Het hoofdbestuur zag dat met lede ogen aan en vroeg daarom een aantal Edammers om hun departement weer te activeren.

Dat is gelukt, dankzij u allemaal, de leden, de nieuwe leden en andere belangstellenden die op de activiteiten van ons Nut afkomen. We hebben al die jaren een gemotiveerd bestuur gehad. Dat klinkt chique, maar om clubs in stand te houden moet je bereid zijn goed met elkaar samen te werken en elkaar aan te vullen. En er vooral veel plezier aan te beleven.

Harry Klieverik

Voorzitter